|
|
|
We schrijven 2003 en de Moto GP deelnemers zitten op viertakt motoren. Dat dit type motorblok het uiteindelijk terug van de tweetakt krachtbronnen zou winnen hadden velen onder ons echt niet voor mogelijk gehouden. Ongeveer 30 jaar waren de tweetakt motoren binnen de koningsklasse van de wegracesport namelijk zo goed als heer en meester.
Eén van die tweetakt motorfietsen heeft gedurende die 3 decennia als geen ander geschiedenis geschreven. De Yamaha YZR500 heeft in 28 versies bestaan en onlangs bezorgde Yamaha ons een pak informatie over hun illustere racer. Gegevens die naar onze mening niet voor het nageslacht verloren mogen gaan en dus zeker een plaatsje verdienen op motornet. Ga er maar eens goed voor zitten; hier volgt de geschiedenis van de beroemde YZR500.
|
naar top |
 |
|
 |
|
In 1973 kwamen twee mannen aan de start van de GP van Frankrijk -die dat jaar als openingsrace voor het WK wegrace fungeerde- met een Yamaha die de naam YZR500 OW20 droeg. De Fin Jarno Saarinen en de Japanner Hideo Kanaya waren beiden geen onbekenden in de wegracesport want ze hadden in de voorbije jaren voor Yamaha gereden met de TZ250, de kwartliter racemachine van het merk met de gekruiste stemvorken. Saarinen had zelfs de wereldtitel in de 250cc klasse behaald in 1972. Na een 20 ronden durende race, die iets meer dan 116 kilometer lang was, kwam Jarno met de OW020 als eerste over de streep. Hij had een voorsprong van maar liefst 16 seconden opgebouwd op Phil Read, met zijn tot dan toe bijna onverslaanbaar gewaande MV Agusta. Jarnos teamgenoot Kanaya- kwam als derde over de eindmeet. Van een geslaagd debuut gesproken! Dat dit geen gelukstreffers waren bleek al snel: tijdens de volgende ronde van het wereldkampioenschap op een verregende Saltzburgring- pakten de Yamaha rijders de eerste en de tweede plaats. In die tijd was dat een fenomenale prestatie want er deden zomaar eventjes een twintigtal merken mee in de koningsklasse en sinds 1958 had dat merk op één uitzondering na de wereldtitel weten te behalen. Inderdaad, in racen op topniveau hadden de fabrieken toen nog blijkbaar allemaal zin. Yamaha zou echter dat jaar samen met miljoenen andere wegraceliefhebbers een zware slag te verwerken krijgen. Op Monza kwam Saarinen samen met een hele rist andere grote namen ten val en voor Jarno Saarinen en Renzo Pasolini was dit incident fataal. De raceleiding stopte pas twee ronden na de valpartij de race en dat viel bij Yamaha niet in goede aarde. Ze trokken zich voor dat jaar met hun officiële 500cc team terug uit de GP racerij. Zo protesteerden ze tegen de omstandigheden waaronder de rijders moesten presteren in het GP wereldje. Voor 1974 pakte Yamaha uit met een heel voorname piloot op hun tweetaktracer. Niemand minder dan Giacomo Agostini, het Italiaanse supertalent, hadden ze ervan overtuigd om zijn loopbaan bij MV Agusta te beëindigen en op hun vierpitter van start te gaan. Het feest kon terug beginnen.
|
naar top |
 |
|
 |
|
Opmerkelijk was dat de OW20 niet helemaal een alleenstaand concept was. Yamaha had namelijk nog een grote viercilinder racer ontwikkeld de YZ648- die het merk in staat moest stellen om de Daytona 200 mijlsrace te winnen. Een prestigieuze race die van groot belang was voor de verkoop van motoren in de Verenigde Staten. Die motor was gebaseerd op de succesvolle TR2, een 350cc tweecilinder in lijn racemotor. De YZ648 was dan ook een viercilinder in lijn die bestond uit twee naast elkaar geplaatste TR2 cilinderblokken. Voor de bouw van de YZR500 had Yamaha hetzelfde grapje toegepast, maar dan wel met twee 250 cc blokken. Takashi Matsui, een ingenieur van Yamaha die werkte aan de ontwikkelingen, herinnert zich nog heel levendig de gang van zaken. "We ontwikkelden toen zowel een 500cc GP racer als een 700cc versie voor Daytona. De 700cc noemden we de YZ648 en de 500cc versie kreeg de naam YZ648 A toebedeeld. In oktober 1971 hadden we drie prototypes klaar. Het jaar daarop verfijnden we de motoren verder en in 1973 kwamen we naar buiten met twee volwaardige racers. De 700cc heette dan officieel de OW19, terwijl de halveliter-versie de naam OW20 kreeg. De OW19 had stereovering en relatief plat gevormde expansiepijpen. De foto hierboven is afkomstig van Ferry Brouwer, de man die in die tijd sleutelde voor Saarinen. Ferry was zo vriendelijk ons die te bezorgen zodat dit artikel zo kompleet mogelijk kon zijn. De ontstekingsvolgorde was zo dat de gassen van de buitenste twee cilinders gezamenlijk ontbrandden, gevolgd door het middelste cilinderpaar. De expansiepijpen vonden een plaatsje onder de motor en werden zo gevormd dat er een grote hellingshoek mogelijk was. Het frame was opgebouwd uit chroom-molybdeen buis en rondom waren er schijfremmen gemonteerd." Masakazu Shiohara, het toenmalige hoofd van het testteam, was eerst enigszins verbaasd door de uitstekende resultaten van de OW20. Volgens zijn gegevens hadden de sterkste motoren van de concurrentie namelijk iets meer dan 100 pk aan boord, terwijl de OW20 het moest stellen met 95 pk. De goede hanteerbaarheid van de motor bleek echter een niet te verwaarlozen troef te zijn. Die filosofie zou de YZR500 gedurende zijn gehele loopbaan blijven achtervolgen en hem tot successen brengen. De volgende erelijst laat daar geen enkele twijfel over bestaan.
|
naar top |
 |
| Voornaamste erelijst Yamaha YZR500 |
1974 Wereldkampioen Constructeurs met YZR500
1975 Wereldkampioen Constructeurs met YZR500
1975 Giacomo Agostini wint WK titel met YZR500
1978 Wereldkampioen Constructeurs
1978 Kenny Roberts wint WK titel met YZR500
1979 Kenny Roberts wint WK titel met YZR500
1980 Kenny Roberts wint WK titel met YZR500
1984 Eddy Lawson wint WK titel met YZR500
1986 Eddy Lawson wint WK titel met YZR500
1986 Wereldkampioen Constructeurs met YZR500
1987 Wereldkampioen Constructeurs met YZR500
1988 Wereldkampioen Constructeurs met YZR500
1988 Eddy Lawson wint WK titel met YZR500
1990 Wereldkampioen Constructeurs met YZR500
1990 Wayne Rainey wint WK titel met YZR500
1991 Wereldkampioen Constructeurs met YZR500
1991 Wayne Rainey wint WK titel met YZR500
1992 Wayne Rainey wint WK titel met YZR500
1993 Wereldkampioen Constructeurs met YZR500
2000 Wereldkampioen Constructeurs met YZR500
|
naar top |
 |
| Dat de YZR500 gedurende al die jaren natuurlijk sterk evolueerde zal niemand verbazen. In het volgende overzicht komen al de verschillende versies aan bod, samen met de technische aanpassingen die elk model kreeg aangemeten. Deze lijst is verre van compleet, maar geeft toch een goed overzicht van de geschiedenis van deze succesvolle racemotor. Omdat de ontwikkeling van de YZR500 in totaal een heel boekwerk vormt, hebben we ervoor gekozen dit artikel in twee delen op te splitsen. In deze eerste aflevering spelen de vier-in-lijn motoren en de square-four modellen de hoofdrol. |
naar top |
 |
| De OW020 was de eerste fabrieksracer van Yamaha in de 500cc-klasse van het GP wegrace gebeuren. Het motorblok was een vloeistofgekoelde tweetakt viercilinder-in-lijn, die dwars in het frame was opgehangen. Dat frame was opgetrokken uit ronde buizen van chroom-molybdeenstaal en rondom waren er schijfremmen gemonteerd. De 74 uitvoering was voorzien van het Monocross veersysteem achteraan. Een techniek die uit de off-road wereld was komen overwaaien. Giacomo Agostini en Teuvo Lansivuori waren de rijders. Geen van de Yamaha rijders pakt de titel, maar Yamaha mag zich aan het einde van het seizoen wel wereldkampioen bij de constructeurs noemen. |
naar top |
 |
 |
 |
 |
| Deze motor was speciaal voor de GP500 klasse ontwikkeld. In tegenstelling tot de OW20 was het dus geen verkleinde versie van de 700cc metende Daytona racer. De motor was niet alleen lichter, maar had ook een kleinere wielbasis terwijl het motorblok compacter was gebouwd. Voor het eerst kreeg de racer een versnellingsbak van het cassette type, wat het veranderen van de versnellingsbakverhoudingen eenvoudiger maakte. De achtervork was nu opgebouwd uit balken met een rechthoekig profiel. De vorm van de expansie-uitlaten was ook geoptimaliseerd, wat moest resulteren in een betere vermogensafgifte en een hoger topvermogen. In 1976 bracht Yamaha geen officieel raceteam aan de start, maar Johnny Cecotto boekte wel enkele mooie resultaten met de 1975 versie van de OW23. |
naar top |
 |
 |
 |
 |
| Met de OW35 keerde Yamaha officieel terug naar de GP500. Het motorblok was compleet nieuw. Kortere drijfstangen maakten het motorblok compacter en de boring en slagverhouding was van 54 x 54 millimeter aangepast tot 65 x 50,6 millimeter. De carburatoren hadden een powerjet gekregen en de motor ademde door zuigersturing. De membraankleppen die tot dan toe gebruikt werden waren dus van het toneel verdwenen. Het chassis was natuurlijk aangepast aan al die veranderingen en ook de aërodynamica was plots belangrijk geworden. De motor en de piloot vormden nu meer één geheel, wat voor een verbeterde luchtweerstand moest zorgen. Naast Johnny Cecotto verscheen de Amerikaan Steve Baker ten tonele. Hij stond zes keer op het podium en behaalde de tweede plaats in het eindklassement. |
naar top |
 |
 |
 |
 |
| Op deze YZR500 paste Yamaha voor het eerst en in alle stilte het later heel bekend geworden Yamaha Power Valve System afgekort YPVS systeem- toe. Dat systeem zorgde ervoor dat de uitlaattiming kon variëren wat in de praktijk voor een bredere powerband zorgt. Het kende zijn oorsprong in het feit dat er in 1974 strengere uitlaatemissies van kracht werden. Yamaha monteerde het systeem eerst op hun crossmotoren en pas daarna kwam het ook op de YZR500 te zitten. Ook de productiemodellen profiteerden van deze nieuwe technologie. Mr. Shiohara verklaarde dat deze techniek de grootste vermogenswinst heeft betekend in de geschiedenis van de YZR500 racer. Dat deze techniek echt wel succesvol was blijkt uit het feit dat Johnny Cecotto met deze motor meteen de Finse GP won en ook die van Tsjechoslowakije op zijn naam zette. Hij behaalde daarmee meteen ook de vierde plaats in het eindklassement. Kenny Roberts won dat jaar met dezelfde motor zelfs vier klassementsproeven en mocht meteen ook zijn eerste wereldkampioenschaptitel op de YZR500 mee naar huis nemen. De eerste in een reeks van drie elkaar opvolgende titels. |
naar top |
 |
 |
 |
 |
| De tweede generatie van de YPVS-motor werd in de OW45 ingebouwd. De YPVS-techniek werd verder geoptimaliseerd, wat de betrouwbaarheid van het systeem verbeterde. De VM carburatoren werden ook verder doorontwikkeld waardoor er zowel vermogens- als koppelwinst werd geboekt. De OW45 diende ook als basis voor de TZ500 productieracer die Yamaha in 1980 op de markt bracht. Kenny Roberts, Johnny Cecotto en Christian Sarron waren dat jaar de berijders van de OW45. Ondanks een slechte seizoenstart wist Kenny Roberts uiteindelijk toch zijn wereldtitel succesvol te verdedigen. |
naar top |
 |
 |
 |
 |
| Met de OW48 komt Yamaha voor het eerst met een aluminium frame op de proppen. Het gewicht van de motor kon daardoor omlaag, een trend die vanaf dan duidelijk opgang maakte. Het YPVS-systeem was op deze motor nog maar eens verbeterd en samen met een efficiënter koelsysteem resulteerde dat in een grotere betrouwbaarheid. Elk onderdeel van de motor werd zoveel mogelijk geminiaturiseerd, wat een erg compacte motorfiets opleverde. Ook de voor- en de achtervering waren volledig nieuw ontworpen en de voorrem was uitgerust met aluminium remklauwen. Roberts won de eerste drie races van het seizoen en haalde voor de derde opeenvolgende keer als winnaar het einde van het seizoen. De laatste races reed hij met de OW48R, een motor die een andere uitlaatopstelling had. |
naar top |
 |
 |
 |
 |
| De OW48R verschilde van de OW48 door een aangepast ontwerp van de motor en het uitlaatsysteem en door het gebruik van een ander frame. De twee buitenste cilinders werden omgedraaid met de uitlaatpoorten naar achteren- waardoor een betere vorm van de expansie-uitlaten mogelijk werd. De vermogenstoename die aldus bekomen werd bedroeg 7 pk. Het aluminium frame van de OW48 werd in eerste instantie naar het museum doorverwezen en werd vervangen door het stalen frame van de OW45. Voor de laatste race van het seizoen kwam er een nieuw aluminium frame op de OW48R. Ondanks de wissel tussen drie verschillende motoren behaalde Roberts toch zijn derde opeenvolgende wereldtitel. |
naar top |
 |
 |
 |
De OW53 gaat de geschiedenis in als de laatste YZR500 die gebruik maakte van een vier-in-lijn motor. Het frame van deze motor was een doorontwikkeling van het aluminiumframe van de OW48R en het blok was van hetzelfde type als dat uit de OW48R. Barry Sheene reed met deze Yamaha, maar deze motor vormde slechts een overgang tussen de OW48R en de volledig nieuw ontwikkelde OW54 die Roberts ter beschikking kreeg.
|
naar top |
| Met deze motor gooide Yamaha het over een andere boeg: de vier in lijn werd bedankt voor bewezen diensten en vervangen door een square four, met aan de zijkanten roterende inlaten. Die inlaten waren verantwoordelijk voor betere motorische prestaties en een bredere powerband. Het grotere gewicht van de motor maakte het geheel echter moeilijker hanteerbaar, ondanks het alu frame. Vanaf de vierde race van het seizoen kreeg ook Sheene deze motor ter beschikking. Hij won er de laatste race van het seizoen mee in Anderstorp. |
naar top |
 |
 |
 |
| De OW60 debuteerde in de eerste race van het seizoen en mag gezien worden als de tweede generatie van de square-four. Het motorblok was zo maar eventjes zes kilo lichter dan zijn voorganger en dat alleen al wierp zijn vruchten af. Ook de achtervering had een andere lay-out dan voorheen. Roberts en Sheene reden een eerste en een tweede plaats in de eerste GP, maar dat zou meteen ook de eerste en laatste GP overwinning worden voor de OW60. Roberts stapte namelijk over op een nieuwere versie van de YZR500 en Graeme Crosby reed met de OW60 verder gedurende de volledige loop van het seizoen. Uiteindelijk eindigde hij tweede in het kampioenschap en was daarmee ook meteen de beste Yamaha rijder in de 500cc klasse. |
naar top |
|